OM onderzoekt partner Khan
Door onze redacteuren Jaco Alberts en Karel Knip
AMSTERDAM, 17 FEBR. Justitie is een onderzoek begonnen naar Henk S., de Nederlandse studievriend en zakenpartner van de Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Khan. S. wordt door internationale veiligheidsdiensten in verband gebracht met leveranties van nucleaire technologie naar Libië.
Het justitiële onderzoek is vanmiddag bevestigd door bronnen bij justitie. Onduidelijk is nog waar S. precies van wordt verdacht. Het openbaar ministerie in Haarlem wil de naam van de verdachte niet prijsgeven. De woordvoerder laat alleen weten dat er een onderzoek loopt naar een overtreding van de in- en uitvoerwet door een Nederlands bedrijf. Het gaat daarbij om de levering van zogeheten dual-use goederen, dat zijn goederen die behalve voor vreedzame doeleinden ook militair aangewend kunnen worden. Daarover is vorige week door de FIOD/ECD een proces-verbaal opgemaakt.
De naam van S. dook begin deze maand op in Pakistan, waar regeringsfunctionarissen melding maakten van bekentenissen die Khan zou hebben gedaan. Daarbij werd een aantal tussenpersonen genoemd die betrokken zouden zijn bij doorleveranties van nucleaire technologie. Khan heeft toegegeven nucleaire technologie te hebben doorverkocht aan landen als Libië, Iran en Noord-Korea. Vorige week werd in de Amerikaanse pers melding gemaakt van bewijzen die Amerikaanse inlichtingendiensten tegen Henk S. zouden hebben.
Ook de Nederlandse veiligheidsdienst, de AIVD, doet onderzoek naar de vraag hoe Nederlandse Urenco-technologie uit de jaren zeventig in de drie landen terechtgekomen kan zijn. Khan was tussen 1972 en 1975 werkzaam bij een toeleverancier van Urenco, en aangenomen wordt dat een deel van het Pakistaanse project om een atoombom te ontwikkelen op in Nederland verkregen kennis is gebaseerd.
In 1985 werd S. veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor de uitvoer van een oscilloscoop naar Pakistan. In 1998 ontstond beroering omdat vijf ladingen van S. werden onderschept van goederen die mogelijk in de Pakistaanse nucleaire industrie konden worden gebruikt.

do

 

De vriend van een atoomspion

Heeft de Nederlander Henk S. zijn vriend Khan geholpen bij het ontwikkelen van een atoombom voor Pakistan?

Door onze redacteuren Jaco Alberts en Karel Knip

AMSTERDAM, 21 FEBR. Henk S. stond deze week gewoon met een kleine stand op de botenbeurs HISWA in Amsterdam. Daar probeerde hij onder de vlag van S.R.A.F. (Slebos Research Anti-Fouling), een van zijn producten, beschermende verf voor boten, aan de man te brengen. Alsof hij zich niet bewust was van het feit dat hij als ‘Hanks' inmiddels internationale bekendheid geniet als tussenpersoon in het netwerk van de Pakistaanse atoomspion Abdul Khan.

Khan heeft vorige maand toegegeven allerlei nucleaire technologie aan Libië, Iran en Noord-Korea te hebben geleverd. En de rol van zijn Nederlandse vriend Henk S. uit Sint-Pancras vormt onderwerp van onderzoek voor tal van diensten, waaronder de Nederlandse inlichtingendienst AIVD, de economische opsporingsdienst Fiod/ECD en het openbaar ministerie.

Maar wie is Henk S., die al sinds de jaren zeventig in verband wordt gebracht met leveranties van goederen die gebruikt konden worden voor de ontwikkeling van de Pakistaanse atoombom? S., in 1943 in Elburg geboren, kent Abdul Khan al meer dan veertig jaar. Sinds 1963, toen S. na een propedeuse vliegtuigbouw in Delft overstapte naar metaalkunde, waar Khan ook studeerde. Ze werden vrienden, en ,,het contact is altijd gebleven'', zo vertelt S. op de bandopname van een gesprek uit 2002 waarover NRC Handelsblad beschikt. Op die band vertelt S. hoe hij Khan in 1968 met een gammel busje naar het Belgische Leuven verhuisde. Khan ging in Leuven promoveren.

Henk S. zelf besloot na een afwijzing bij autofabriek DAF dienst te nemen bij de marine. Hij trad gedurende vijf jaar op als ‘troubleshooter' bij ongelukken op fregatten, mijnenjagers en onderzeeërs, hij kocht titaanbuizen voor de uitlaatsystemen van onderzeeërs, en was betrokken bij onderzoek naar lassen onder water. Tijdens dat onderzoek kwam Henk S. rond 1974 in aanraking met het specialistische lasbedrijfje Explosive Metal Works Holland (EMWH). ,,Je was legaal bezig met vuurwerk, dat vond ik interessant'', zegt hij op de bandopname. S. werd gevraagd commercieel directeur van EMWH te worden.

Voor de Delftse metaalkundige betekende de overstap de kennismaking met de nucleaire industrie. EMWH werkte voor de kweekreactor Kalkar, maar ook voor het Almelose Ultra Centrifuge Nederland (UCN), dat deel uitmaakte van Urenco, het Nederlands-Brits-Duitse samenwerkingsverband om uranium te verrijken. Voor Ultra Centrifuge Nederland werden door EMWH pijpjes op de deksel van de centrifuges gelast.

En zo kwam S. ook beroepsmatig weer in aanraking met zijn studievriend Khan. Die was na zijn promotie gaan werken bij het Fysisch Dynamisch Onderzoekslaboratorium in Amsterdam, eveneens een toeleverancier van Ultra Centifruge Nederland.

Khan had bij FDO wel ,,bovenop de haverkist'' gezeten, zo zegt S. ,,Dus toen hij die know-how kreeg, een groot stuk know-how, en er in Pakistan na de kernbom van India behoefte was een eigen nucleair prgramma te ontwikkelen, heeft hij zich beschikbaar gesteld om dat te gaan trekken.'' Khan vertrok in december 1975 voor vakantie naar Pakistan, om niet meer terug te keren. Hij werd de leider van een nieuw project om vanaf halverwege 1976 een ‘islamitische atoombom' te ontwikkelen. ,,Al moeten we er gras voor eten'', luidt het veel aangehaalde citaat van de toenmalige premier Buttho.

Khan zette overal ter wereld zijn vrienden aan het werk. Ook zijn oude studievriend Henk S., die een belangrijke leverancier zou worden, een man waarmee Khan ook over technische obstakels kon praten. S. vloog eind 1976 voor het eerst naar Khan in Pakistan: ,,En daar kwamen dan problemen aan de orde. Puur als techneut kijk je daar dan tegenaan. Hij is metallurg en ik ben metallurg. Ik heb een slag van vliegtuigbouw meegekregen, en daarnaast was ik in dat troubleshoot-werk van de marine geweest waarbij je werkte met al het soort materiaal wat je maar kon bedenken. Zo is mijn contact ontstaan en gecontinueerd. Op een bepaald moment is daar handel uit voortgevloeid. Ik leverde hem (...) de hele santenkraam, het hele gebied vanaf elektronica tot de hele grove bouw, allerlei dingen waarin het niet verboden was te handelen.''

Ook tegenover rechercheurs van de economische controledienst ECD gaf S. toe dat hij welbewust goederen leverde voor het nucleaire project van Khan, zo blijkt uit een gerechterlijke uitspraak uit 1985. En een santenkraam heeft S. in de loop der jaren inderdaad aan de Pakistaan geleverd. Daarbij scheerde hij veelvuldig langs de grens van het formeel toelaatbare, maar schoot hij daar ook diverse keren overheen. In literatuur en de media is Henk S. vanaf 1977 tot nu met vele leveranties aan Pakistan in verband gebracht, waarbij de bron niet altijd meer te achterhalen valt. Zo zou hij in de eerste jaren 10.000 stalen kogeltjes voor de basis van de centrifuge in Kahuta hebben geleverd, net als diverse aluminium componenten.

Ook wordt S. genoemd bij de geruchtmakende leveranties van 6.500 buizen van ‘maraging staal' door Van Doorne's Transmisie (VDT) tussen november 1976 en september 1979 aan Pakistan. Die konden worden gebruikt als centrifuge-rotors. Het voormalig hoofd inkoop van VDT herinnert zich dat ze werden besteld door S.A. Butt van de Pakistaanse ambassade in Parijs. Maar hij kan zich niet meer herinneren dat hij de ladingen zelf heeft verscheept. ,,Meestal werden bestellingen zelf opgehaald'', aldus de VDT-medewerker, die niet uitsluit dat S. daarbij een rol heeft gespeeld.

De handelsactiviteiten van S. bleven niet onopgemerkt door de Nederlandse overheid. Deze toonde zich in het openbaar bezorgd over het verspreiden van nucleaire technologie, maar zat intussen zelf enorm in zijn maag met de ‘affaire Khan'. In 1980 kreeg S. bezoek van directeur Engels van de ECD, die hem waarschuwde geen strategische goederen aan Pakistan te leveren. Toch bleef S. doorgaan, omdat hij er naar eigen zeggen ,,financieel slecht voor stond'', aldus de gerechterlijke uitspraak uit 1985.

Drie jaar later liep S. tegen de lamp. Begin 1983 bezocht hij Pakistan en kreeg daar naar eigen zeggen van brigade-generaal Aziz van het Pakistaanse inkoopbureau de opdracht om een oscilloscoop te leveren, een meetinstrument dat bruikbaar is in de nucleaire industrie. Terug in Nederland bestelde hij een exemplaar bij Tektronix in Badhoevedorp. Op 23 oktober reed hij naar Schiphol om de lading in twee delen te verschepen. Vier dozen met bijbehoren gingen via Air Express rechtstreeks naar Pakistan. De oscilloscoop, waarvoor hij geen vergunning had, zette hij echter af bij Müller Air Freight om te sturen naar het bedrijf Assah Electrical Establishment in de Verenigde Arabische Emiraten. Dit moest fungeren als versluierend tussenstation voor doorvoer naar Pakistan. Door een stiptheidsactie op Schiphol werd de oscilloscoop echter onderschept. In 1985 veroordeelde de rechtbank in Alkmaar S. daarvoor tot een jaar gevangenisstraf.

De veroordeling betekende niet dat S. stopte met zijn activiteiten. In 1988 werd Khan met S. in Nederland in een auto aangetroffen en het land uitgezet. Maar de meeste commotie ontstond in 1998, toen in Nederland, België en Duitsland vijf ladingen werden tegengehouden van goederen van S. voor Pakistan. Het ging, naar nu blijkt, om diverse zaken: monsters voor laboratorium-onderzoek, maar ook om een in Oostenrijk gefabriceerde hoge drukcompressor die volgens Economische Zaken ,,uitermate geschikt'' is voor het gebruik in Pakistaanse Ghauri-raketten.

De ECD deed onderzoek naar het betrokken bedrijf van S. en concludeerde dat het ,,nagenoeg alleen maar'' goederen verkocht aan diverse bedrijven in Pakistan. ,,Het lijkt er echter op dat bijna alle naar Pakistan uitgevoerde goederen bestemd zijn voor Khan Research Laboratories, alhoewel er alles aan wordt gedaan om deze naam in de administratie te mijden'', zo wordt geciteerd in een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat zich de afgelopen jaren boog over een conflict rond de exportvergunning van de compressor. In die uitspraak zijn de namen van de bedrijven geanonimiseerd, maar eenvoudig te herleiden. Het ministerie van Economische Zaken denkt dat S. vervolgens via een omweg alsnog probeerde de compressor bij Khan te bezorgen. Hij verkocht het apparaat aan een bedrijfje aan Schiedam dat tevergeefs probeerde een exportvergunning te verkrijgen, maar S. bleef zelf de kosten van de opslag betalen. Volgens het weekblad Vrij Nederland van deze week heeft S. recent nog de aandacht op zich gevestigd door het exporteren van een Baratron-drukmeter, eveneens bruikbaar voor raketten.

Op dit moment zijn inlichtingendiensten druk bezig met het zoeken naar bewijzen dat Henk S. zijn activiteiten heeft uitgebreid naar Libië, Iran en Noord-Korea. Landen die nog niet de beschikking hebben over een atoombom.

21 februari 2004

 


Maleisië pakt zakenman op wegens nucleaire handel

Gepubliceerd op vrijdag 28 mei 2004

KUALA LUMPUR (ANP) - Maleisië heeft de Srilankaanse zakenman Buhary Syed Abu Tahir opgepakt. Hij wordt ervan verdacht tussenpersoon te zijn geweest in een internationaal netwerk, onder aanvoering van de Pakistaanse geleerde Abdul Qadeer Khan, dat handelde in nucleaire technologie.

Dat maakten de Maleisische autoriteiten vrijdag bekend. Volgens regeringsbronnen wordt Abu Tahir vastgehouden in het gevangenenkamp Kamunting, op grond van de Maleisische wet op de binnenlandse veiligheid. Deze wet stelt Kuala Lumpur in staat verdachten vast te houden zonder aanklacht of proces.

De Srilankaan werd al in februari in verband gebracht met Abdul Qadeer Khan, de vader van het Pakistaanse kernwapenprogramma. Khan heeft onlangs toegegeven dat zijn netwerk geheime nucleaire informatie en materialen heeft verkocht aan onder meer Iran, Noord-Korea en Libië.

 

 

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home