door Charles Sanders

 

 

 

Pakistan trots op zijn 'moslimbom'

ISLAMABAD - Spionage loont. Dat blijkt als we in de chique buitenwijk E7 van Islamabad de Hillside Road oprijden en bij villa nummer 206 stoppen. Een landhuis met zwembad, gelegen tegenover één van de inmiddels bekende koran-universiteiten, met uitzicht op de Marsalla-bergen en vlakbij de enorme Faisel Moskee. The place to be, in islamitisch Pakistan. Op de oprit van het huis staan twee klassieke Jaguars, een Mk4 en een vooroorlogs exemplaar.

Abdul Quadeer Kahn.

Met pistoolmitrailleurs bewapende militairen houden de wacht voor het domicilie van de 63-jarige Abdul Quadeer Kahn, de man die Pakistan in de jaren zeventig zoveel documenten en laboratoriumproeven over het verrijken van uranium verschafte, dat het land zich bij het selecte groepje van atoommachten kon scharen.
Met de groeten uit Almelo. Want Kahn vergaarde zijn kennis over het supergeheime ultracentrifugeproject bij de UCN-fabrieken in het Twentse provinciestadje, waar hij jaren als ingenieur werkzaam was.

Nu telt Pakistan minstens 40 nucleaire, ballistische raketten; Ghauri's en Shaheens, die deels met Chinese en Noord-Koreaanse hulp werden geassembleerd. En nog geheime lucht-grondwapens, die met F16's kunnen worden vervoerd en afgeschoten.Voor fabricage van de koppen van de Ghauri en Shaheen-raketten, met elk maximaal 1000 kilo nucleaire explosieven, had Derde-Wereldland Pakistan geen hulp nodig. Die werden door dr. Kahn in zijn eigen 'AQ Kahn Laboratories' in Kahuta, even buiten Islamabad, vervaardigd.

Als we Kahn hebben opgespoord in de voorstad van Islamabad, waar hij met zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen van een riant pensioen als minister van Staat geniet, is hij niet erg spraakzaam. Hij weet heel goed dat hij door de Nederlandse rechtbank in 1979 bij verstek tot vier jaar werd veroordeeld vanwege zijn spionageactiviteiten. "Over die periode wil ik niets zeggen", aldus de atoomspion. "Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn land een goede dienst heb bewezen door Pakistan op de nucleaire kaart te zetten. Anders waren we al lang door hindoe-buurland India opgeslokt. Nu is er evenwicht in Zuid-Azië en ik schaam me niet dat ik daar mede door mijn Almelose tijd een steentje aan heb kunnen bijdragen."

Held
Dat laatste is een understatement. Want Kahn is de man die staat voor de moslimbom, zoals het nucleaire arsenaal hier in Pakistan wordt genoemd. Hij geldt in Pakistan als nationale held en wordt daar ook naar betaald. Hij heeft 24 uur per etmaal bewaking en het ontbreekt hem en de zijnen aan niets.
Want dankzij Kahn, zo realiseerden zich opeenvolgende regeringen in dit land, is de islamitische republiek een macht in Zuid-Azië om rekening mee te houden. En de mensen op straat, 40 procent leeft onder de door de Verenigde Naties vastgestelde armoedegrens, vinden het prachtig. Toen het land drie jaar geleden een hele reeks atoomproeven nam, werd er gejuicht op de straten van Islamabad, Karachi en Lahore. De honger werd verbeten, het nationalisme overwon. Dit was nog mooier dan een overwinning op Engeland bij het cricket. Pakistan besteedt 85 procent van zijn nationaal inkomen aan de krijgsmacht, ruim een miljoen militairen houden dagelijks de wacht, het heeft F16's, F15's en Mirages, fregatten en onderzeeërs.

Irak
Maar de belangrijkste wapens zijn de atoomkoppen van de ballistische raketten. Het verrijkte uranium voor de ladingen werd verkregen uit het centrifugeproject dat in Almelo werd ontwikkeld en waar Abdul Kahn na zijn studie aan de TU in Delft tijdelijk als ingenieur in Twente gestationeerd de hand op wist te leggen. Naar alle waarschijnlijkheid verkocht zijn A.Q. Kahn Laboratories de kennis door aan Irak, waar sinds jaar en dag ook wordt gewerkt aan een atoombom om ooit Israël mee te kunnen vernietigen.
Kahn ontkent noch bevestigt rapportages van westerse inlichtingendiensten dat hij de moslimbroeders aan de apparatuur heeft geholpen. "Ik zou best willen praten, maar het is het moment niet en de situatie is er niet naar", aldus de atoomgeleerde.

Dat laatste klopt. Door de precaire rol die Pakistan als streng islamitische staat in het conflict tussen Amerika en Afghanistan speelt, weet niemand wat de toekomst brengt. Islamabad heeft zijn op de Indiase hoofdstad New Delhi gerichte atoomraketten, die op mobiele installaties stonden opgesteld, weggehaald uit de grensstreek. De eerste Shaheens I en II werden onmiddellijk na de aanvallen op New York en Washington, dinsdag 11 september, al naar elders gedirigeerd, de laatste raketten deze week. Officieel omdat India in de chaos die zou kunnen volgen na een eventuele Amerikaanse aanval op Afghanistan de trots van de republiek met simpele luchtaanvallen zou kunnen vernietigen. Het oppercommando van de Indiase strijdkrachten was immers dankzij satellietfoto's al lang op de hoogte van de opstelling van de Shaheens. Maar de werkelijke reden is volgens kolonel b.d. Gilan Bishek, die 15 jaar werkte voor de Pakistaanse geheime dienst ISI, dat Islamabad Taliban-terroristen vreest die paniek en chaos willen veroorzaken in de regio door "op de knop te drukken en zo een Derde Wereldoorlog te creëren." Voor India is hij veel minder bevreesd, omdat er immers een nucleair evenwicht tussen beide rivaliserende staten bestaat.

Ideaal
Dan is er nóg een groot vraagteken als het om de nucleaire kracht van Pakistan gaat. Waar zijn de verouderde Ghauri I en Ghauri II grondraketten van het land gebleven? De wapensystemen hebben een nucleaire lading van 700 tot duizend kilo en kunnen met vloeibare brandstof doelen tot 2000 kilometer ver weg bereiken. Ze staan in onderdelen opgeslagen in containers en kunnen binnen 45 minuten worden geassembleerd. Ideale wapens voor terroristen als de Al Qaed-brigade van Osama bin Laden. En, net als de wat meer geavanceerde broer de Shaheen, ontworpen door meesterspion Abdul Quadeer Kahn.

Kolonel Bishek: "Vijf jaar geleden hadden we in dit land maar één zorg, hoe houden we India van ons af. Nu is de situatie veranderd. Nu staan er hordes vluchtelingen aan onze grenzen te kloppen. Met onder hen ongetwijfeld terroristen, die mee zullen vluchten, Pakistan in. Ghauri-raketten zijn simpele wapens. Wie een scud kan lanceren, kan even gemakkelijk een Ghauri afvuren. Bijvoorbeeld richting New Delhi. De respons van India zou een kernoorlog ontketenen. De wereld balanceert op een dun koord. Ik kan me niet herinneren dat we ooit zo op de rand van een ravijn hebben geleefd."

door CHARLES SANDERS

"Geen islamiet? Dan vijand!"

LANDI KOTAL (Pakistan) - Op de grens van Pakistan met Afghanistan kiezen fundamentalistische moslims steeds vaker partij voor de Taliban en Osama bin Laden. Hier hebben mensen geen boodschap aan een "langdurige oorlog op alle fronten tegen het internationale terrorisme", zoals president Bush het Amerikaanse congres gisteren voorspiegelde. Nederlandse hulpverleners maken zich grote zorgen, omdat tienduizenden vluchtelingen dreigen te sterven en de afkeer van westerlingen extreme vormen aanneemt. "Aan bombardementen wil ik nog niet eens denken", zegt Maurits van Pelt van Artsen zonder Grenzen. "Rond Peshawar, nota bene in Pakistan, zijn Madrasa-scholen, waar kinderen worden opgeleid in de griezelige ideologie die de islam boven alles stelt. Als Washington Kaboel platgooit, staan honderden mini-Bin Ladens op die met trekbommen op hun buik de wijde wereld in trekken."

De weg eindigt in een middeleeuws dorp, met lemen hutten, grote stofwolken, een penetrante stank en ongekende smerigheid. Maar veel dreigender zijn de mensen die hier wonen. Als we uit onze auto komen, worden we onmiddellijk omsingeld. Provocerend wordt er met stokken op de grond getikt en, al praat onze tolk als Brugman, ook hij kan de menigte niet tot bedaren brengen. Wegwezen is het motto, en snel ook. Want wie hier geen islamiet is, is vijand. De doctrine van de fundamentalisten die met het uur aan macht en invloed winnen, is simpel en rechtlijnig. Een pastoe-leider schreeuwt als in trance en zijn volgelingen beginnen mee te krijsen. Met het gaspedaal vol ingedrukt, sturen we onze landrover het gebied uit, stenen en uitwerpselen raken de achterzijde en het dak. Een schaapherder slaat zijn stok in stukken op de bumper.

"Er zijn in deze wereld vrienden van de Taliban en vrienden van Amerika", vertaalt onze Pakistaanse tolk Shukurullah Baig de woorden van de pastoe. "Jullie horen volgens hem overduidelijk bij die laatste groep." Bezorgd de weg voor ons af turend en zenuwachtig lachend: "We moeten hier snel vandaan. De tijden zijn veranderd. Dit is een 'no-foreigner-zone'." Het is de zoveelste vijandige ontmoeting deze week in het noordwesten van Pakistan, islamitische republiek met 140 miljoen inwoners. In steden als Peshawar, Parachinar, Charsadda en zelfs het vlakbij Islamabad gelegen Rawapindi worden buitenlanders uitgescholden, bespuugd en bekogeld. Wie hier niets te zoeken heeft, kan maar beter wegblijven.

Voor Marcel van Soest, de Nederlandse coördinator van Artsen zonder Grenzen (AZG), gaat dat vooralsnog niet op. Hij heeft al zijn buitenlandse hulpverleners de afgelopen dagen Afghanistan uitgeleid en is nu actief in twee immens grote vluchtelingenkampen vlakbij de grens. We spreken hem in Peshawar, miljoenenstad waar veel Pakistani van Afghaanse afkomst leven. "In het noordoosten van Afghanistan hebben we nog een laatste team", zegt Van Soest (37). "Verder houden we van hieruit via de radio en, als de lijnen tenminste werken, de telefoon contact met onze lokale mensen aan de andere kant van de grens. Alleen vluchtelingen met wat geld zijn in staat richting Pakistan te reizen, weg van het dreigende gevaar. Als de Amerikanen gaan bombarderen, is de ellende helemaal niet meer te overzien. Dan wordt dit deel van de wereld één groot vluchtelingenkamp. Het is een kruitvat waarvan de lont gloeit."

Nu al bevinden zich meer dan 2,5 miljoen Afghanen in Pakistan. Gevlucht voor de oorlogen die hun land sinds tientallen jaren in de greep houdt. De kampen New Shamshato en Jalozai zijn concentraties van hongerende en steeds vaker ook stervende mensen. "In Jalozai hebben we een gezondheidskliniek", aldus Van Soest. "We bereiden ons voor op nieuwe mensenstromen. Maar de omstandigheden zijn slecht, terwijl zij die binnenkomen, die het hebben 'gehaald', steeds zwakker worden. Jalozai heeft geen officiële VN-status en Artsen zonder Grenzen is de enige hulporganisatie die er binnen mag. Tot vóór de terroristische aanslagen op New York en Washington moesten we selecteren. Welke Afghaan is een echte vluchteling en welke niet... Sinds vorige week zijn het allemaal mensen op drift. Hoe dramatisch de situatie in Jalozai is? We hebben een sterftecijfer van veertien kinderen per week. Nee, ik ben niet optimistisch."

Officieel is Jalozai afgesloten voor buitenlanders en mag je er alleen binnen met een speciale 'permit' van het gouvernement. Maar het kamp is groot en wie zich niet te opvallend gedraagt, kan er rondkijken. En schrikken. Niet alleen van de omstandigheden veel zieken, veel zwakke ouderen, veel huilende kinderen maar ook van de houding van de vluchtelingen. Want wie hier wél enige steun voor het westen en kritiek op de Taliban verwacht, komt bedrogen uit. Vrijwel alle ontheemden in Jalozai en New Shamshato staan vierkant achter hun geestelijk leider Mullah Mohammad Omar, velen steunen Osama bin Laden, de meesten hebben een hekel aan Amerika en het 'vrije westen.' Even buiten de kliniek ontmoeten we de 44-jarige Mohammed Denar, hij zit sinds vier dagen met vrouw en twee kinderen in Pakistan. De familie is de officieel hermetisch afgesloten grens over gevlucht, uit angst voor Amerikaanse bommen. In de praktijk blijkt Pakistan nog het enige toevluchtsoord voor Afghanen, omdat de scheidslijn tussen beide landen door een woest berggebied loopt, zonder slagbomen en douanehuisjes. In de verzengende hitte van West-Pakistan, zoeken Mohammed en zijn vrouw de schaduw in een van oude en gescheurde doeken gemaakt tentje. Ook zij zijn niet vriendelijk, maar na tussenkomst van een tolk en het betalen van een paar dollars willen ze wel íets zeggen.

"We komen uit Shakar Darra, een dorpje boven Kaboel", vertelt Denar. "Ik ben boer, maar omdat Afghanistan al jaren geen regen heeft gehad, viel er niet meer te werken. Toen we hoorden dat er opnieuw oorlog komt, dat we opnieuw met bommen zullen worden bestookt, zijn we gaan lopen. Strompelen. Over een geitenpad. In de hoop dat we in Pakistan een nieuw leven kunnen beginnen. Dat onze kinderen hier wel toekomst hebben." Op dit moment zijn er in Jalozai naar schatting 62.000 vluchtelingen die onder erbarmelijke omstandigheden proberen te overleven. Artsen zonder Grenzen brengt dagelijks met tankwagens 1,1 miljoen liter water het kamp binnen, er wordt wat brood gebakken en eerste medische hulp verleend. Maar daarmee houdt het zo ongeveer op. "Jullie zijn rijk en laten ons toch langzaam doodgaan", meent Mohammed Denar, "het is allemaal de schuld van het westen. Waarom wordt onze regering geïsoleerd, wat heeft de Taliban jullie misdaan?"

Een discussie over terroristen, over aanslagen en over Osama bin Laden heeft geen enkele zin. Voor Denar en zijn lotgenoten is er maar één boosdoener en dat is Amerika. Als Bin Laden al achter de aanslagen zit, dan heeft hij dat gedaan in het belang van de islam, zo is hun vaste overtuiging. "We weten niet hoelang we nog kunnen blijven helpen", verzucht AZG-coördinator Marcel van Soest. "Als de bommen ontploffen en het grensgebied wordt oorlogszone is het ook voor ons afgelopen. Geen idee hoe het dan verder moet. Ja, je zou er hopeloos van worden."

Een dag eerder waren we over de Hyat Abat Road richting de beroemde Khyberpas, richting Afghanistan gereden. Vanaf Peshawar een afstand van amper vijftig kilometer, maar vlak buiten de stad heeft het Pakistaanse leger obstakels neergezet. Tot hier en niet verder. Na eerdere incidenten tussen moslims en buitenlanders is de grens 'verschoven'. Met karabijnen bewapende grenswachten houden iedereen tegen. Kapitein Ijaz Spira, vriendelijk maar vastbesloten: "Vanaf dit punt is het een afgesloten, militair gebied. Aan de andere kant van de pas staan Scud-raketten en 20.000 Taliban-krijgers, daar hebben wij iets tegenover moeten stellen." Dat de Taliban een serieuze militaire bedreiging voor het nucleaire Pakistan vormt, gelooft niemand. Het Afghaanse leger telt welgeteld 107 stokoude Russische tanks en vijftig mobiele Stinger-luchtafweerraketten. Maar dat een Amerikaanse aanval op Kaboel intern in Pakistan tot een ramp kan leiden, is wel degelijk een groot gevaar.

In Islamabad spreken we met de Nederlander Maurits van Pelt, 45-jarige veteraan van Artsen zonder Grenzen. Hij was eerder actief in Cambodja, werd koninklijk onderscheiden voor zijn werk en staat op het punt het land te verlaten om in Turkmenistan, ook aan de grens met Afghanistan, hulp te gaan verlenen. "Afghanistan telt misschien 27 miljoen inwoners en het leven van vijf miljoen Afghanen staat op het spel", vertelt Van Pelt. "Nog voor de winter invalt, moet er voor miljoenen tonnen graan het land in, anders vindt ginds een massaslachting, een middeleeuwse uithongering plaats. Ik zie geen oplossing in kortstondige Amerikaanse massabombardementen. Wil je het terrorisme uitroeien, dan kost dat vele jaren en moet je het kwaad bij de wortel aanpakken." Die wortel wordt volgens Van Pelt gevormd door de Madrasa-scholen in Pakistan en Afghanistan, waar kinderen Afghanen maar ook tienduizenden Pakistani van Afghaanse afkomst worden gehersenspoeld in de ideologie die de islam boven alles stelt. Die gruwelscholen zijn er bij Kaboel, bij Jalalabad en bij Djalozaj.

"Begrijp me goed, ik ben voorstander van het uitroeien van het terrorisme", vertelt Van Pelt. "Maar de pastoe's, de religieuze schoolleidingen, zullen een Amerikaanse aanval gebruiken om nog meer mini-Bin Ladentjes te kweken. Zelfs in Pakistan gaat tien procent van de kinderen naar dit soort scholen, die worden gefinancierd door rijke Saoedi's. Niet door de regering in Ryad, maar door fundamentalistische zakenlui, die bulken van het geld en de goede relatie tussen hun land met Amerika verafschuwen. Aan de ene kant de armoede en als enige steun de islam, aan de andere kant hersenspoelingen en geld om aanslagen te plegen. De ideale voedingsbodem om zelfmoordterroristen te kweken. Ik heb vernomen dat Mullah Mohammad Omar gaat trouwen met de oudste dochter van Osama bin Laden. Denkt iemand nu echt dat die Taliban-leider ooit serieus heeft overwogen zijn eigen schoonvader uit te leveren."

Daarbij speelt nog een ander, minstens zo groot gevaar. Pakistan is sinds 1979 in het bezit van atoomwapens. Nadat de Pakistaanse meesterspion en ingenieur dr. Abdul Quadeer Kahn bij de UCN-fabriek in Almelo het supergeheime ultracentrifuge procédé wist te stelen waarmee natuurlijk uranium kan worden verrijkt tot splijtbaar materiaal, beschikt Islamabad over tientallen ballistische raketten met kernkoppen. Gericht op aartsvijand India. President-generaal Perves Musharraf waarschuwde India deze week nog dat het niet moet "stoken in het conflict" en dat Pakistan zijn nucleaire macht nooit zal verliezen. Maar als na een Amerikaanse massa-aanval op Afghanistan de miljoenen fundamentalistische moslims in de regio zich gaan roeren, is alles mogelijk.

De Nederlander Frits Veerman, voormalig UCN-technicus die ooit nauw met de bij verstek tot vier jaar cel veroordeelde dr. Kahn samenwerkte: "Die optie is vreemd genoeg nog niet eerder genoemd. Maar als de situatie verder escaleert en extremisten in Islamabad de macht krijgen, hebben ze ook de beschikking over die atoomraketten. Ik moet er niet aan denken wat de wereld dan nog allemaal te wachten staat."

 


 

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home