Geheim van atoombom past in twee plastic tasjes
Volkskrant, 8 maart 2004


AMSTERDAM - Als een nucleaire marskramer heeft de Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Qadeer Khan zijn kennis uitgevent onder 'schurkenstaten' als Libië, Iran en Noord-Korea. De internationale regels en inspecties zijn niet opgewassen tegen zo'n makkelijke verbreiding van nucleaire kennis. Wie weet wat bepaalde terroristen in hun schild voeren.

Good Looks Tailor stond er onschuldig op de plastic zakken. De twee tassen van een kleermaker in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad zaten vol papier, deels verfrommeld en moeilijk leesbaar. Het waren in het Engels en Chinees gestelde instructies voor het maken van een kernbom.
Eind vorig jaar kregen Amerikaanse deskundigen de documenten in handen, nadat kolonel Kadhafi onverwacht toestemming had gegeven voor nucleaire inspecties op Libisch grondgebied. Ze waren zo'n twintig jaar geleden door China aan Pakistan geleverd, waarna dat land ze had doorverkocht aan Libië. De ontdekking maakte de zoveelste verborgen handelsroute voor kerntechnologie zichtbaar.
De Chinese know-how was via het netwerk van de Pakistaanse kerngeleerde Abdul Qadeer Khan bij de Libiërs terechtgekomen. Onder leiding van Khan, die in de jaren zeventig atoomgeheimen stal bij Urenco in Almelo, werden nucleaire apparatuur en kennis te koop aangeboden aan wie maar bereid was te betalen. Khans omvangrijke web van wetenschappers, fabrikanten en tussenpersonen omspande vier continenten.
De recente publieke bekentenis van Khan dat hij nucleaire technologie heeft verkocht aan 'schurkenstaten' als Iran, Noord-Korea en Libië herinnert de wereld eraan dat het gevaar van het kernwapen na de Koude Oorlog allerminst is geweken. Integendeel. De Amerikaanse en Russische kernarsenalen zijn geslonken, maar de nucleaire dreiging is alleen maar onbeheersbaarder geworden met de toegenomen kans dat kernwapens in handen vallen van wispelturige dictators en terroristen.
De zwarte markt van kernwapentechnologie breidt zich uit, waarschuwde onlangs Mohamed ElBaradei, directeur van het Atoomagentschap van de Verenigde Naties (IAEA). Om er omineus aan toe te voegen: 'Als de wereld geen andere koers inslaat, riskeren we zelfvernietiging.' Na de Koude Oorlog is een nieuw nucleair tijdperk aangebroken.
De contouren daarvan tekenden zich al snel af na het instorten van de Sovjet-Unie. Moskou verloor de greep op zijn honderden kernraketten in Kazachstan, Oekraïne en Wit-Rusland, waardoor deze voormalige Sovet-republieken in één klap promoveerden tot nucleaire grootmachten. Hun wapens werden in de loop van de jaren negentig weliswaar ontmanteld of naar Rusland overgebracht, maar de vraag is wat er intussen op de obscure markt van de internationale atoomhandel is terechtgekomen.
Er zijn tal van aanwijzingen dat terroristen het afgelopen decennium hebben geprobeerd onderdelen voor een kernwapen in handen te krijgen. De IAEA signaleerde 175 gevallen van illegale handel in radioactief materiaal sinds 1993. Een paar voorbeelden. De Tsjechische politie nam in 1994 vier kilo verrijkt uranium in beslag. In dat zelfde jaar vond de Duitse politie ruim vierhonderd gram plutonium. De Turkse politie pakte in 2001 twee mannen met meer dan een kilo verrijkt uranium.

 

Westerse geheime diensten vrezen dat ook Al Qa'ida zijn slag zal slaan of al heeft geslagen op de nucleaire bazaar. Osama bin Laden heeft het verwerven van een kernwapen immers verheven tot 'religieuze plicht'. Volgens het Amerikaanse Nuclear Control Institute (NCI) hebben agenten van Al Qa'ida pogingen ondernomen om in Zuid-Afrika en een aantal Centraal-Aziatische landen aan uranium te komen. Experts vermoeden dat de organisatie van Bin Laden radioactieve isotopen heeft gekocht van de Taliban in Afghanistan.
Terroristen kunnen betrekkelijk gemakkelijk een 'vuile bom' maken radioactief materiaal dat wordt verspreid met behulp van conventionele explosieven. Of Al Qa'ida over zo'n wapen beschikt, is onduidelijk. Over de aantrekkelijkheid van een vuile bom voor terreurgroepen verschillen deskundigen van mening. IAEAwoordvoerder Mark Gwozdecky twijfelt aan de effectiviteit. Volgens hem is het moeilijk voor te stellen dat zo'n bom evenveel slachtoffers maakt als de aanslagen van 11 september. Anderen wijzen echter op het enorme psychologische effect van een explosie waarbij nucleaire straling vrijkomt.
Een vuile bom is nog nooit tot ontploffing gebracht. Tsjetsjeense rebellen legden in 1996 een bom met een forse hoeveelheid radioactief cesium-137 in een park in Moskou, maar de explosieven gingen niet af. Toch maakt het incident duidelijk dat het gevaar van een vuile bom niet louter theoretisch is.
De internationale afspraken die proliferatie (verspreiding) van kernwapens moeten tegengaan en de controles op nucleaire exporten worden steeds verder ondergraven. Het uit 1970 stammende en door 190 landen ondertekende Non-Proliferatie Verdrag (NPT) werkt niet meer, concludeerde IAEA-chef ElBaradei.
Het NPT staat alleen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en China toe atoomwapens te bezitten. Echter, ElBaradei schat dat op dit moment 35 tot 40 landen over de kennis beschikken om een kernwapen te maken.
Israël, Pakistan en India, landen in een instabiele regio, zijn atoommachten, maar hebben het verdrag niet ondertekend. Noord-Korea, Iran en Libië misbruikten het NPT, dat vreedzame toepassing van kernenergie toelaat, door in het geheim aan kernwapens te werken.
Noord-Korea werd vorig jaar door de VS betrapt op het verwerven van apparatuur voor de productie van uranium dat geschikt is voor kernkoppen. Tien jaar geleden ontdekten de Amerikanen al dat het land meer plutonium aanmaakte dan het tegenover buitenlandse inspecteurs had toegegeven. Aangenomen wordt dat Pyongyang twee prototypen van een kernbom heeft, klaar om te worden getest.
Libië zorgde in december voor een verrassing door zijn geheime plannen voor het verrijken van uranium af te zweren en informatie te geven over zijn contacten met het netwerk van Khan. Het overhandigde onder meer de plastic zakken van Good Looks Tailor en het verleent sindsdien IAEAinspecteurs alle medewerking. In ruil daarvoor weet Tripoli zijn relaties met de VS en Europa aanzienlijk verbeterd.
Moeizamer verloopt de coming out van Iran, dat dankzij door Pakistan geleverde technologie achttien jaar kon werken aan een geheim project voor de verrijking van uranium. Sinds oktober vorig jaar geven de Iraniërs, nadat de IAEA was ingelicht door tegenstanders van het regime in Teheran, schoorvoetend opening van zaken. Ze blijven volhouden dat ze kernenergie alleen willen gebruiken voor de opwekking van elektriciteit. IAEA-inspecteurs ontdekten de afgelopen weken dat dit niet klopt: de Iraniërs bleken meer ontwerpen en onderdelen voor uranium-productie te bezitten dan ze eerder hadden toegegeven.
Wat moet er gebeuren om het gevaar van de kernbom in te dammen? ElBaradei zoekt het in verscherping van de inspecties en bestraffing van overtredingen. De NPT-landen roept hij op een 'aanvullend protocol' te ondertekenen, waarmee ze toestemming geven voor onaangekondigde inspecties. Tot nu toe zijn slechts 39 landen daaraan tegemoet gekomen.
President Bush kwam vorige maand ook met voorstellen in die geest. Hij vindt dat de veertig landen die samenwerken in de Nucleair Suppliers group (NSG), hun handel in nucleair materiaal dienen te staken met landen die het aanvullende protocol niet tekenen. Dit om strengere controles af te dwingen. Sommige landen zien dergelijke maatregelen echter als een Amerikaanse poging hun streven naar een vreedzaam gebruik van kernenergie te dwarsbomen.
Critici beschuldigen de regering-Bush ervan met haar unilateralismede profilatie van kernwapens te stimuleren. De opmars in de VS van het begrip 'preventieve oorlog' zou het bezit van een kernbom aantrekkelijk maken voor landen die zich veilig willen voelen voor Amerikaans ingrijpen. Waarschuwingen voor een nieuwe wapenwedloop waren er vooral na het besluit van het Amerikaanse Congres om geld vrij te maken voor onderzoek naar kleine kernwapens, zogeheten mininukes en bunkerbusters, die diep in de bodem kunnen doordringen om ondergrondse vijandelijke installaties te vernietigen.
Tegenstanders van dit onderzoek vragen zich af waarom landen zich nog iets zouden aantrekken van de Amerikaanse kritiek op hun nucleaire ambities als de VS zelf kernwapens produceren die betrekkelijk makkelijk kunnen worden ingezet. Ze vrezen dat de grens tussen een conventionele en een nucleaire oorlog vervaagt en het gebruik van lichte kernwapens dat van zwaardere uitlokt. Ook al is de vernietigingskracht van een mini-nuke veel geringer dan die van de bom op Hiroshima, de radioactieve straling van een klein kernwapen eist op den duur ook veel slachtoffers.
Sam Cohen, uitvinder van de neutronenbom (een bom die weinig materiële schade aanricht, maar alle leven in een beperkt gebied doodt), is daarentegen overtuigd van het nut van kleine kernbommen. Zware atoombommen hebben in de Koude Oorlog dienst gedaan als afschrikking, maar zijn feitelijk niet inzetbaar wegens hun moreel onaanvaardbare verwoestende werking. Volgens Cohen zijn mini-nukes nodig om een passend antwoord te hebben als Amerika met een kernwapen wordt aangevallen. Zonder een kleine nucleaire bom zouden de VS in zo'n geval voor een duivels dilemma staan: niets doen of het ontketenen van een nucleair armageddon.
ElBaradei heeft zich tegen het onderzoek naar mini-nukes gekeerd. Volgens hem moet de wereld het idee loslaten dat kernwapens in handen van de één geen probleem zijn en in de handen van de ander wel. Artikel VI van het Non-Proliferatie Verdrag verplicht alle partijen te onderhandelen over vermindering van nucleaire arsenalen en volledige nucleaire ontwapening. Een kernwapenvrije wereld ligt echter verder in het verschiet dan ooit

 

 

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home