Het internationale atoomagentschap van de Verenigde Naties probeert de verspreiding van kernwapens te voorkomen. Maar het wordt dweilen met de kraan open, vooral nu ook Iran en Saoedi-Arabië een nucleair programma ambiëren.

door Joeri Boom

De Groene Amsterdammer | 27 september 2003

 

Als paddestoelen uit de grond

 


«Saoedi’s overwegen nucleaire bom», stond in koeienletters over de hele breedte van het Britse ochtendblad The Guardian. Een week later nóg een onheilstijding in de pers: «Iran overweegt nucleaire samenwerking te verbreken.» Iran zou geen toegang meer verschaffen aan inspecteurs van het atoomagentschap IAEA die zijn omstreden nucleaire installaties komen inspecteren. Het internationale atoomagentschap dat ressorteert onder de Verenigde Naties, probeert de verspreiding van kernwapens en kernwapentechnologie te voorkomen.
Maar zo langzamerhand is het dweilen met de kraan open voor het IAEA. Iran zou ver gevorderd zijn met het vervaardigen van een atoombom en de Saoedi’s zouden er gaarne ergens een willen kopen. Dat komt de veiligheid van het Midden-Oosten en aanpalende regio’s niet bepaald ten goede. Israël heeft een kernarsenaal (officieel nooit bevestigd, maar wel aangetoond). Pakistan ook, evenals aartsvijand India dat op zijn beurt een onopgelost grensconflict heeft met kernmacht China, dat weer de korzelige buur is van het nucleaire Rusland, dat net als China grenst aan Noord-Korea, een internationale paria behept met een regime dat op korte termijn kernwapens kan vervaardigen, als het dat niet al gedaan heeft. Noord-Korea stapte eerder uit het door de IAEA bewaakte non-proliferatieverdrag. Het land werkt koortsachtig aan een langeafstandsraket waarmee het een atoombom op Alaska kan afschieten. Hoe dunbevolkt ook, het is tóch Amerika, de eeuwige kapitalistische vijand en de eerste en vooralsnog enige natie die ooit zijn kernwapens daadwerkelijk inzette. Het land dat daar destijds slachtoffer van werd, Japan, ligt hoe dan ook binnen het bereik van Pyongyangs middellangeafstandsraketten, en heeft laten doorschemeren desnoods zelf over te gaan tot het vervaardigen van een atoombom. Het land heeft de deskundigheid, het geld en meer dan voldoende splijtstof.
De exclusieve ervaring van Japan met de werking van de bom zal het land er niet van weerhouden er desnoods een te fabriceren. Want het land heeft net als al die andere atoommacht-wannabe’s dé reden hem te willen: existentiële onzekerheid. In het geval van Japan wordt die veroorzaakt door een onberekenbare communistische dictator in Pyong yang en een miscalculerende president in Washington. Bush heeft zich laten overbluffen door Kim Jong-Il en hij heeft Irans nucleaire programma te lang genegeerd. De Amerikaanse president deinst niet terug voor het gebruik van geweld, maar weet niet hoe een conflict tot een goed einde te brengen. Dat creëert chaos. Nu Bush onlangs van het Congres de toestemming en het geld heeft gekregen om een nieuwe generatie tactische kernwapens te ontwikkelen — let wel: niet ter afschrikking, maar om daadwerkelijk in te zetten op het slagveld — wordt de situatie wel erg penibel. «Mini nukes» worden ze genoemd, geschikt om ondergrondse bunkers en hele rotspartijen op te blazen. Maar hoe mini ze ook zijn, ze zijn net zo dodelijk radioactief als de bommen op Japan. En ze kunnen letterlijk in één klap alle nucleaire arsenalen op scherp zetten.

Om te overleven in een wolvenwereld moet je scherpe tanden hebben. Een staat die kernwapens bezit of de mogelijkheid heeft ze snel in elkaar te zetten, heeft zich daarmee vervaarlijke slagtanden aangemeten. Zelfs de enige supermacht ter wereld bedenkt zich dan wel twee keer voordat-ie aanvalt. Met Noord-Korea wordt door de VS onderhandeld, terwijl kernwapenloos Afghanistan en Irak, dat nog jaren was verwijderd van een atoomwapen, met «preventief geweld» werden onderworpen.
Iran handelt uit existentiële onzekerheid. Het land is door Bush ingedeeld bij zijn fameuze as van het kwaad, en heeft zowel aan zijn westgrens (Irak) als aan zijn oostgrens (Afghanistan) te maken met Amerikaanse troepen. Geen prettig idee. Iran heeft de atoomkwestie waarschijnlijk op de spits gedreven om duidelijk te maken dat het niet met zich laat sollen, en zo een preventieve aanval voor te zijn.
Iran hamert er telkens op dat het onrechtvaardig is dat Israël niet even streng wordt aangepakt. Dat is volkomen terecht. Israël beschikt naar schatting over tweehonderd kernkoppen, die met kruisraketten en straal jagers kunnen worden «afgeleverd». Israël heeft nooit het non-proliferatieverdrag ondertekend — Iran wel — en nooit toegegeven over atoomwapens te beschikken. Tot op heden is het onder strenge internationale inspecties uitgekomen.
Waar Israël terughoudend is, loopt Iran echter hard van stapel. Afgelopen maandag herdacht het land met een militaire parade het begin van de oorlog tegen Irak in 1980. Daarbij werd vol trots een half dozijn Sahab-3 raketten — Irans eigen fabrikaat — meegevoerd. Die zijn geschikt om een kernlading te vervoeren en kunnen Israël bereiken, en dus ook Amerikaanse troepen in de regio. Ze waren voorzien van opbeurende opschriften als: «We zullen Amerika onder onze voeten verpletteren» en «Israël moet van de kaart geveegd». Maanden geleden al probeerde de Israëlische premier Sharon vruchteloos Bush ervan te overtuigen dat Iran tot rede gebracht moest worden. Maar Bush was bezig met Irak. Daarop maakte Sharon duidelijk dat Israël desnoods zelf Irans nucleaire installaties zou bombarderen, zoals het dat in 1981 ook deed met de Iraakse reactor in Osirek. Het zou het begin kunnen zijn van een enorme geweldsuitbarsting.

Alleen daarom al moet de koninklijke familie der Saoeds, die sinds 1932 Saoedi-Arabië op totalitaire wijze bestuurt, zich ernstige zorgen maken. Maar er is meer aan de hand. Het land verkeert in een crisis die het waarschijnlijk niet meer te boven komt. De economie is vastgelopen. Als de Iraakse olieproductie weer op gang is gebracht, heeft Saoedi-Arabië er een geduchte olieconcurrent bij. Bovendien, Irak is nu de Amerikaanse uitvalsbasis, de Amerikaanse troepen hebben Saoedi-Arabië verlaten.
De Amerikanen hadden de Saoedische onzekerheden kunnen verzachten met zoete woordjes, maar ze deden het tegendeel. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn de verhoudingen ernstig bekoeld. Vijftien van de negentien kapers hadden de Saoedische nationaliteit, en gebleken is dat de koninklijke familie jarenlang regeerde met gespleten scepter. De Amerikanen werden gepaaid met olie en dollars, de moslimwereld met anti-joods en antiwesters wahabitisch fundamentalisme en met «liefdadigheid» ten bate van terroristische groepen als Hamas. Eind juli publiceerde een onderzoekscommissie van het Congres haar rapport over 11 september en concludeerde dat de terroristen deels door Saoedi-Arabië werden gefinancierd. Naar verluidt bevatte het rapport nog veel meer beschuldigingen, maar tot op heden zijn de gevoeligste delen ervan niet openbaar. Niet geheel ten onrechte vreest het Saoedische koningshuis dat van de Amerikanen weinig hulp valt te verwachten in tijden van nood. Schuilen onder de nucleaire paraplu van de VS is onzeker geworden. Volgens The Guardian, die zich baseerde op een strategisch document uit «de hoogste kringen in Riad», hanteren de Saoedi’s drie opties: het hele Midden-Oosten tot kernwapenvrije regio maken, zich aansluiten bij een nucleair bondgenootschap, of zelf een nucleaire afschrikking verwerven.
Eigenlijk bevatte de publicatie in The Guardian geen nieuws. Sterker, zij leed onder een ernstige omissie. Want al in 1994 werd duidelijk dat Saoedi-Arabië er niet voor terugdeinsde om zijn oliedollars in te zetten om het Midden-Oosten een «islamitische bom» te verstrekken waarmee Israël bedreigd zou kunnen worden. In dat jaar vroeg en kreeg de topdiplomaat Mohammed Khilewi asiel in de VS. Khilewi was de tweede man van de Saoedi-Arabische VN-missie in New York. Hij nam een koffer vol documenten mee die onder meer bewezen dat de koninklijke familie Hamas steunde met wapens, explosieven en geld; dat ze financiers waren van Ramzi Yoesef, de terrorist die in 1993 een aanslag pleegde op het New Yorkse World Trade Center. En dat ze tot aan de Iraakse invasie van Koeweit in 1990 Saddam Hoessein vijf miljard dollar gaven voor de ontwikkeling van een kernwapen, onder de voorwaarde dat Saoedi-Arabië enkele bommen zou krijgen als het project voltooid was. Khilewi verstrekte documenten die dit aantoonden aan de Britse Sunday Times.


Khilewi’s documenten lieten ook zien dat Saoedi-Arabië grote sommen geld in Pakistans nucleaire project had gestoken in ruil voor een pact dat inhield dat Saoedi-Arabië tegen elke agressor zou worden beschermd door Paki stans atoommacht. In mei 1999, meer dan een jaar na de eerste geslaagde Pakistaanse atoom proeven (als reactie op de tests van India), bezocht de Saoedische minister van Defensie prins Sultan bin Abdul Aziz Pakistans top geheime uraniumverrijkings fabriek in Kahuta, waar zelfs Benazir Bhutto, toen zij nog premier was, niet mocht komen. Daar werd hij ontvangen door dr. Abdul Qadeer Khan, de «vader» van de Pakistaanse bom en de man die in Nederland de geheimen stal van Urenco’s wereldberoemde ultracentrifugeprocédé (ter verrijking van uranium). Dr. Khan onderhoudt nog steeds contacten met hoge Saoedische kringen in Riad, en de recente Isam 2003-conferentie over «advanced materials» die hij begin deze maand organiseerde in Islamabad werd onder meer gesponsord door de Islamitische Ontwikkelingsbank uit Jeddah — een machtige Saoedische bank die zich zegt in te zetten «voor de economische en sociale ontwikkeling van (…) moslimgemeenschappen wereldwijd».
Khilewi’s onthullingen waren ingrijpender dan hij kon overzien. Wat hij niet wist, was dat de Saoedisch-Iraakse nucleaire samenwerking bekend was bij de CIA en oogluikend werd toegestaan. Volgens een «voormalige hooggeplaatste Amerikaanse diplomaat», in 1994 geciteerd in The New Yorker, was «de CIA volledig op de hoogte». «Ik wist ervan», vertelde hij, «net als zij», daarmee doelend op de Amerikaanse inlichtingendienst. Een Witte Huis-medewerker zei: «Ze gaven inderdaad miljarden aan de Irakezen uit. Het was een andere wereld destijds. Wij waren bereid heel veel over het hoofd te zien van wat de Saoedi’s deden voor de Irakezen. Dat kwam overeen met al die andere verschrikkelijke dingen die we indertijd hebben gedaan.» Hij zei dat negen jaar voordat George W. Bush met name Hoesseins nucleaire programma zou aanvoeren ter rechtvaardiging van de oorlog tegen Irak. En de Amerikaanse strijdlust zou onder meer Iran en de Saoedi’s nopen om te zien naar nucleaire wapens. De cirkel begint zich akelig te sluiten.

 


© auteur / De Groene Amsterdammer

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home