Op andere sites online gevonden

 

 

Handhaaf het wapenembargo!
Het wapenembargo dat Nederland na de kernproeven tegen India en Pakistan afkondigde staat van meerdere kanten onder druk. Niet zo raar: de twee landen zijn beide goede klanten van de Nederlandse wapenindustrie (zie VD/AMOK nr.3/1998). Nu het embargo al meer dan een jaar duurt dreigen een aantal bedrijven nieuwe orders mis te lopen en wordt er dus stevig gelobbyd voor een versoepeling van de regels. Indiase en Pakistaanse vredesactivisten pleiten echter voor handhaving van het embargo. In tegenstelling tot economische sancties, die vooral de armen treffen, raakt een wapenembargo direct het militaire apparaat, zo stellen ze. Gelukkig lijkt een overgrote Kamermeerderheid (exclusief de VVD) nog steeds het wapenembargo te ondersteunen.
De Indiase premier Vajpayee is nog niet thuis van het bezoek eind februari aan zijn Pakistaanse buurman Sharif, of VVD-Kamerleden Van den Doel en Hessing trekken minister van Aartsen aan zijn mouw met de vraag of het overleg in Lahore niet "een voldoende basis is om de bestaande vergunningenstop op de export van militaire goederen naar India en Pakistan op te heffen en zodoende aan te sluiten bij het beleid van de andere lidstaten van de EU?"
Een moeilijke vraag waar de minister van buitenlandse zaken tien weken lang het antwoord op schuldig moet blijven. In die tussentijd is van het optimisme over de topontmoeting, voor wie dat al bezat, nog maar weinig over. India en Pakistan hebben in april hun Agni en Ghauri getest, middellangeafstandsraketten die een dikke tweeduizend kilometer moeten kunnen afleggen alvorens hun (kern)bommen bij de vijand te droppen. Het tijdschrift Jane's International Defence Review noemt de tests "een grotere bedreiging voor de stabiliteit in Zuid-Azië dan de kernproeven van het jaar ervoor". Van Aartsen vindt echter niet dat "de proeflanceringen een fundamentele stap terug betekenen op het pad van nucleaire wapenbeheersing en regionale samenwerking tussen India en Pakistan." Op termijn, Van Aartsen noemt een periode van 3 maanden, wil hij uitzonderingen voor bepaalde vervolgorders overwegen. Nieuwe exportaanvragen blijven vooralsnog kansloos.
Maar met een beetje creativiteit zijn er altijd sluiproutes te vinden. In maart trekt het Alkmaarse Dynaf, fabrikant van onder andere aggregaten voor radarsystemen van Hollandse Signaal (HSA), aan de bel bij de ouderenfractie van Noordhollandse provinciale staten. Tien aggregaten plus reserveonderdelen (waarde: ruim anderhalf miljoen gulden) voor de Indiase landmacht staan klaar voor verscheping maar krijgen geen exportvergunning vanwege het lopende embargo. Het ministerie van economische zaken wil wel helpen, maar buitenlandse zaken ligt dwars. Verder dreigt het bedrijf een nieuwe Indiase order voor nog eens 70 aggregaten (ter waarde van tien miljoen gulden) mis te lopen, waardoor de werkgelegenheid gevaar loopt. De noodkreet valt in goede aarde. Eind mei onthult het radioprogramma 'VPRO aan de Amstel' dat Dynaf met hulp van Gedeputeerde Staten en een districtsbestuurder van FNV Bondgenoten een voor de regering aanvaardbare oplossing heeft bedacht. Via een zogeheten 'u-bocht-constructie' worden de gereedstaande aggregaten ondergebracht bij een al vóór het embargo verstrekte vergunning aan HSA en kunnen zo alsnog de deur uit. Met de nieuwe spanningen tussen India en Pakistan in Kashmir ziet Dynaf het voorlopig echter somber in voor de nieuwe miljoenenorder.
Ondertussen heeft de Indiase marine begin juni de destroyer Mysore in de vaart genomen. De Mysore is de tweede in een serie van drie in India gebouwde oorlogsschepen. De drie schepen hebben ieder een tweetal door HSA geleverde radarsystemen aan boord; nog een derde type radar is door het Indiase Bharat Electronics ontwikkeld op basis van HSA-technologie. Uit een ander marineproject rolt binnenkort de eerste van drie fregatten; ook hier zijn de radarsystemen weer van HSA afkomstig. De mogelijke rol van de marine in het IndoPakistaanse conflict is weinig belicht. Toch zijn beide marines sinds juni in opperste staat van paraatheid gebracht. De Indiase admiraal Sushil Kumar heeft zijn land verzekerd dat de marine een nucleaire aanval af kan slaan en in staat is met gelijke munt terug te betalen.
In afwachting van betere tijden blijft de Nederlandse industrie zo goed en zo kwaad als het kan de contacten warmhouden. Het embargo verbiedt bedrijven immers niet om wapenbeurzen in de regio af te lopen. Zo was HSA in november vorig jaar te gast op de luchtvaartbeurs Aero'98 in het Indiase Bangalore en een paar maand later op de grootste wapenbeurs van de buren. Op de Pakistan Naval Defence Show'99 staat Signaal onder de paraplu van Thomson in het Franse paviljoen. Het bedrijf bevindt zich in Karachi in bekend gezelschap: een eindje verderop staat de stand van het laboratorium van Abdul Qadir Khan, de voormalige atoomspion bij UCN Almelo.

Frank Slijper

uit: VD AMOK, 1999 nr.3

De laatste ontwikkelingen rond het Indo-Pakistaanse conflict zijn te volgen op het internet op de antioorlog website.


Kruidvat Zuid-Azië
Ruim een jaar na de kernproeven is er weinig aanleiding voor een positief geluid over de Zuidaziatische regio. Het oplaaien van het conflict in Kashmir in mei dit jaar betekent de ernstigste crisis in de relatie tussen India en Pakistan sinds 1971, het jaar dat de twee landen voor het laatst met elkaar in oorlog waren. De vertroebelde verhouding heeft nu een bijzonder dodelijke lading gekregen. De dreiging van een kernoorlog in Zuid-Azië is niet langer een waanidee, maar een reële mogelijkheid.
Aanleiding voor de escalatie was de ontdekking door Indiase herders dat een grote groep 'infiltranten' (Kashmiri separatisten, Afghaanse mujaheddin dan wel Pakistaanse soldaten) de bestandslijn, die Kashmir in een Indiaas en Pakistaans deel splitst, waren overgestoken. In dit gebied rond de plaatsen Kargil en Dras was het de afgelopen jaren al vaker onrustig. In 1997 werd aan beide kanten veel schade aangericht met zware artilleriebeschietingen over en weer door het Pakistaanse en het Indiase leger. Nieuw is dit jaar het grote aantal 'infiltranten' dat de bestandslijn overstak. Pakistan heeft ontkend betrokken te zijn bij de infiltraties, maar heeft 'politieke en morele steun aan de Kashmiri vrijheidsstrijd' nooit onder stoelen of banken gestoken. Daarnaast zijn er aanwijzigingen dat er wel degelijk sprake is van een door het Pakistaanse leger gecoördineerde operatie. De infiltranten blijken in elk geval goed gewapend te zijn tegen zowel de elementen op deze grote hoogten als het Indiase leger. Een eerste Indiase verkenningseenheid loopt in de armen van infiltranten en wordt vermoord. Al snel blijken enkele strategische bergtoppen ingenomen te zijn, vanwaar de belangrijkste autoweg in het noorden van Indiaas Kashmir onder vuur wordt genomen. Enkele tienduizenden bewoners van dorpen en gehuchten aan weerszijden van de bestandslijn moeten, dikwijls onder dwang van het leger, hun huizen verlaten. India antwoordt met de inzet van gevechtsvliegtuigen en -helikopters, waarvan er binnen enkele dagen drie uit de lucht verdwijnen. Ondanks deze tegenslagen weet India langzaam maar zeker de bergtoppen te heroveren en de invasie terug te dringen. Met het vroege invallen van de winter, eind augustus, lijkt het 'Kargil-conflict' grotendeels gesust. De omstreden status van Kashmir en de nucleaire dreiging blijven echter bestaan.
De prijs van deze militaire escapade is in minstens twee opzichten aanzienlijk. Militaire analysten schatten de kosten van het Kargil-conflict voor India op anderhalf tot drie miljard gulden. Vooral India is naarstig op zoek naar nieuw wapentuig. Zuid-Afrika zal binnenkort voor honderd miljoen gulden de geslonken voorraad artilleriegranaten aanvullen. De contracten liggen klaar voor nog eens 80.000 granaten van Israëlische en Russische makelij.
Verontrustender nog is de nucleaire taal die door beide landen wordt gesproken. De Pakistaanse minister van buitenlandse zaken, heeft gezegd dat India er niet aan hoefde te twijfelen dat Pakistan al zijn krachten in de strijd zou gooien, mocht India hen daartoe uitdagen. De Indiase admiraal Kumar verzekert op zijn beurt zijn achterban dat als de marine met kernwapens zou worden aangevallen met gelijke munt wordt terugbetaald.
Zo blijven India en Pakistan een compromisloze machtsstrijd voeren die alleen verliezers kent. De Kashmiri's zelf vragen om een oplosing waarbij ook zijzelf worden betrokken; hen wordt echter niets gevraagd. Twee landen die tot de armsten ter wereld behoren geven jaarlijks miljarden guldens uit aan een eindeloos durend conflict, terwijl nog altijd honderden miljoenen inwoners geen schoon drinkwater hebben en zich onvoldoende kunnen voeden, laat staan dat ze toegang hebben tot behoorlijk onderwijs of goede gezondheidszorg.

 

Veel kernwapencritici zien de kernproeven in India en Pakistan als directe oorzaak van de zorgwekkende ontwikkelingen van het afgelopen jaar. De proeflanceringen van nieuwe middellangeafstandsraketten die daar in april van dit jaar op volgden hebben die ongerustheid alleen maar vergroot.
Een jaar na het behalen van de dubieuze status van officiële kernmacht maakten vredesactivisten in Utrecht de balans op. Zij waren te gast op een door AMOK, de Landelijke India Werkgroep en Kerk & Vrede georganiseerde bijeenkomst. Onder voorzitterschap van Stan Termeer, hoofdredacteur van OnzeWereld, spraken Praful Bidwai, I.A. Rehman, Karamat Ali en Karel Koster over de situatie in India en Pakistan en de internationale dimensies van een nieuwe kernwapenwedloop.
Terugkijkend op de kernproeven meent Praful Bidwai, gerespecteerd columnist en een van de oprichters van MIND (Movement in India for Nuclear Disarmament), dat zelfs de meest enthousiaste aanhangers van de nucleaire politiek onmogelijk enige winst kunnen claimen. "Zij hadden bijvoorbeeld gehoopt dat kernbewapening de status van India en Pakistan in de wereld zou verhogen. Zij hadden gehoopt dat India's claim op een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad zou worden versterkt. Zij hadden gehoopt dat India en Pakistan een genormaliseerde relatie zouden kunnen aangaan. En zij hadden gehoopt dat kernwapens stabiliteit zouden creëren in de veiligheidssituatie van de regio als geheel. Niets van dit alles is gebeurd. India en Pakistan hebben de veiligheid juist verminderd in plaats van verbeterd." De oplopende spanning rond Siachen, het gletsjergebied in de Himalaya's waar de bestandslijn die Kashmir in tweeën deelt stopt, is het meest recente bewijs daarvan. Bidwai: "Al dat soort confrontaties kunnen nu een buitengewoon gevaarlijke nucleaire dimensie krijgen. We weten dat het hebben van kernwapens nog niemand echte veiligheid heeft gegeven." Al sinds 1984 staan Indiase en Pakistaanse troepen tegenover elkaar in Siachen, een onherbergzaam gebied, gelegen op een hoogte variërend van drie- tot zevenduizend meter. Deze uithoek van Kashmir heeft de twijfelachtige eer 's werelds hoogst gelegen slagveld te zijn. Meer dan tienduizend soldaten hebben er inmiddels het loodje gelegd, in de meeste gevallen niet door vijandelijk vuur, maar als gevolg van het onmenselijke klimaat. Veel meer mensen lijden aan het 'Siachen-syndroom': geheugenverlies, depressiviteit en orintatieproblemen, veroorzaakt door het lichamelijk onvermogen op zo grote hoogte te acclimatiseren.
Ook hebben de tests de diplomatieke positie van de twee landen ernstig ondermijnd. In vrijwel ieder internationaal gezelschap worden ze nu terechtgewezen. Niet alleen door de grootmachten van de G-8, maar ook in eigen kring. De SAARC, het verbond van Zuidaziatische staten, keurde de proeven af en ook de organisatie van nietgebonden landen, waarin India altijd een leidende rol heeft gespeeld, heeft de kernproeven veroordeeld. Het heeft bovendien de invloed van de nietgebonden landen op het gebied van de nucleaire ontwapening geschaad. Juist de nietgebonden landen hebben altijd gehamerd op een koppeling van verdragen als het nonproliferatieverdrag (NPV) aan een tijdschema voor de ontwapening van de kernwapenstaten. En dus kwamen zij die hadden gedacht dat de kernproeven een protest waren tegen de nucleaire wereldorde van een koude kermis thuis. Bidwai: "Ze probeerden de nucleaire club niet uit te dagen, ze wilden er juist bij horen. Als ondergeschikte, tweede-, derderangs leden. En daar zijn ze in geslaagd, maar tegen een enorme prijs wat betreft hun status en hun veiligheid."
Daar dient de kanttekening bij te worden geplaatst dat een groot deel van de kritiek die India en Pakistan over zich heen kregen een hypocriete bijsmaak had. Karel Koster van de werkgroep Eurobom, de Nederlandse partner in het internationale Project on European Nuclear Non-proliferation (PENN), noemt in dit verband juist Nederland, dat als zelfbenoemd gidsland weer vooraan stond in de verontwaardiging van de internationale gemeenschap, terwijl het als NAVO-partner zich wel het recht toekent zelf kernbommen op te slaan op de luchtmachtbasis in Volkel. Wat dat betreft heeft vooral India zich altijd met recht verzet tegen kernwapenverdragen waarin niet duidelijk een tijdschema voor de ontwapening van de bestaande kernwapenlanden was opgenomen. Karel Koster: "In artikel 6 van het Nonproliferatieverdrag (NPV) wordt door de ondertekenaars de belofte gedaan dat zij serieuze stappen zullen ondernemen in de richting van nucleaire ontwapening. Desondanks liggen er kernwapens op Nederlandse bodem die bedoeld zijn om onder bepaalde omstandigheden ook werkelijk gebruikt te worden. Nederland is lid van een alliantie, de NAVO, met een nucleaire doctrine, die tijdens de laatste NAVO-top weer is bevestigd. Daarom bestaat er nog altijd de mogelijkheid dat we in tijden van oorlog kernwapens zullen gebruiken. Dat maakt van de Nederlandse ondertekening van het NPV natuurlijk een volslagen schijnvertoning." India en Pakistan gebruiken het nucleaire beleid van de NAVO als rechtvaardiging voor hun eigen kerwapenstatus, onder het mom: "Wat goed voor jullie is, is ook goed voor ons". Daarom is het volgens Koster zo belangrijk om de krachten te bundelen in de strijd tegen kernwapens in Zuid-Azië en die in het westen.
Karamat Ali, vakbondsman en een van de drijvende krachten achter de vorig jaar opgerichte Pakistan Peace Coalition (PPC), ziet de kernproeven als een mislukte poging van de regering om het geloof in eigen kunnen te versterken. Volgens hem hebben structurele aanpassingsprogramma's van het Inter nationaal Monetair Fonds, de totstandkoming van de de GATT-overeenkomsten en de oprichting van de wereldhandelsorganisatie WTO steeds meer mensen in Pakistan het gevoel gegeven dat hun land hoe langer hoe meer een speelbal werd van grote internationale financiële instellingen. Tegelijk zag men investeringen van de overheid in ontwikkelingsprojecten dalen, in een land dat gekenmerkt wordt door grote sociale verschillen. "Er bestond dus een angst dat men op economisch terrein de souvereiniteit verloor." De kernproeven hadden moeten bewijzen dat het land nog wel degelijk de touwtjes zelf in handen had. Karamat Ali vermoedt dat de Indiase proeven de Pakistaanse regering niet slecht uitkwamen. Los van militair-politieke overwegingen, hebben ze de tests gebruikt als middel om hun macht te handhaven. En aanvankelijk met succes, de euforie over de bom leek een ogenblik de economische malaise verdrongen te hebben. "Maar binnen een paar dagen begonnen de mensen zich te realiseren dat ze niet konden leven van dit soort dingen, ze beseften ook dat er geen winnaar is in het nucleaire spel in Zuid-Azië", zegt A.I.Rehman, werkzaam bij de Human Rights Commission of Pakistan (HRCP), een van de grootste ngo's (nietgouvernementele organisaties) van het land. Het enige voordeel van dit alles is dat er een debat op gang gekomen is dat tien jaar geleden nog volslagen ondenkbaar zou zijn geweest. Rehman: "Het zal niet gemakkelijk zijn, maar er zijn tekenen van hoop, die er enkele jaren terug nog niet waren."
De kosten van de militaire machtspolitiek zijn enorm. Praful Bidwai rekent voor dat zelfs een beperkt kernwapenarsenaal, pakweg een vijfde van dat van China, India minimaal 12 miljard dollar zal gaan kosten. "Als we door de kernproeven in een kernwapenwedloop met China terechtkomen, zullen onze uitgaven de pan uitrijzen en totaal onbeheersbaar worden. We moeten ons realiseren dat China dertig jaar voorsprong op ons heeft als nucleaire en strategische macht, en een economie heeft die drie maal groter is dan die van India."
Daarnaast zijn er de nog de sociale kosten van het nucleaire avontuur. Bidwai: "Er was een explosie van mannelijk chauvinisme, van fundamentalistisch nationalistische ideeën, van het meest radicale soort jingoïsme. (...) Men wilde het radioactieve zand van Pokhran, de testplaats, verzamelen en ter verering ermee in een feestwagen door het land trekken. Met dat soort groteske vormen van hindoenationalisme gingen de kernproeven gepaard."
Niet minder verontrustend zijn de ontwikkelingen in Pakistan, waar het leger nog altijd een belangrijke vinger in de pap heeft. De Taliban heeft zijn opmars in Afghanistan voor een groot deel te danken aan de steun die het van Pakistan kreeg en krijgt. Daarnaast winnen fundamentalistische moslims ook in eigen land terrein. Vorig jaar heeft premier Sharif islamitisch recht à la Afghanistan gentroduceerd en naar verwachting zal de nieuwe wet volgend jaar door de Senaat worden aangenomen. Toch is Sharif geen fundamentalist, maar meer een op macht beluste industrialist. Volgens I.A. Rehman wil hij met de draconische wetgeving niet alleen het sectarisch geweld in het land beteugelen, maar ook de oppositie monddood maken. Een week na zijn bezoek aan Nederland ondervond Rehman dat aan den lijve. De nieuwsbrief van de HRCP werd door de autoriteiten verboden. De maatregel is onderdeel van een grote schoonmaakoperatie waarbij half mei niet minder dan 1941 ngo's werden verboden. Officieel omdat ze vals en frauduleus waren of tegen het nationale belang indruisden. Een aantal activisten wordt met lastercampagnes zwart gemaakt of krijgt ongevraagd inlichtingendiensten op bezoek. Samen met enkele collega's verdween de bekende journalist Najam Sethi begin mei voor vier weken achter de tralies, omdat ze meegewerkt hadden aan een BBC-documentaire over corruptie in Pakistan. Niet ten onrechte toonde Rehman zich daarom in Utrecht weinig hoopvol: "Ik durf zonder twijfel te stellen dat de bevolking van Zuid- Azië in de vijf decennia sinds de onafhankelijkheid geen werkelijk democratisch bestuur heeft gekend. Toch is er altijd hoop geweest dat men in de loop van het politieke experiment de wensen van de bevolking zou leren respecteren. Maar dat is niet gebeurd en door de kernproeven zal het op korte termijn ook niet gebeuren."
India heeft toegezegd niet als eerste kernwapens te zullen gebruiken en dat het geen kernwapenwedloop wil, maar slechts een minimum afschrikking. Inhoudsloze beweringen volgens Bidwai. Juist Pakistan hecht aan de optie als eerste naar kernwapens te kunnen grijpen, ter compensatie van hun zwakkere positie op het gebied van conventionele wapens. Verder is het ook absoluut geen defensief gebaar van India, integendeel. "OK, we zullen niet de eerste zijn die kernwapens gebruikt, maar als we ze gebruiken, kunnen we ze op een verwoestende manier gebruiken, dan zullen we jullie volledig van de kaart vegen." Met een verwijzing naar de kernwapenwedloop tussen de Sovjet-Unie en de VS tijdens de Koude Oorlog geeft hij aan hoe rekbaar termen als minimum afschrikking zijn. Bovendien heeft nog geen enkele Indiase leider kunnen aangeven wat dat minimum dan is. "Het enige wat ze zeggen is dat het geen vaste waarde is. Wat een minimum is ten opzichte van Pakistan, zal niets zijn ten opzichte van China. Deze minima hebben geen betekenis. Een kernwapenwedloop wordt per definitie niet alleen bepaald door mijn beslissingen, maar ook door die van mijn tegenstander."
Praful Bidwai stelt dat de waarde van de 'busdiplomatie' van februari dit jaar, toen de Indiase premier Vajpayee per bus zijn Pakistaanse collega Sharif opzocht in Lahore, niet moet worden overdreven. Voor een belangrijk deel vond de top plaats onder druk van de internationale gemeenschap. Met in het achterhoofd een spoedige verzachting van de internationale sancties hadden allebei veel belang bij een positief diplomatiek signaal naar de buitenwereld. Maar om te stellen dat het overleg een positief gevolg was van de kernproeven is de wereld op z'n kop. Bidwai: "Alledrie hier (Ali, Rehman en Bidwai; FS) zijn we betrokken bij initiatieven als het Pakistan-India Forum for Peace and Democracy. We zeggen tegen onze regeringen: stop deze nonsens. We zijn niet geïnteresseerd in oorlog, we zijn niet geïnteresseerd in onderlinge vijandelijkheden, deze rethoriek moet stoppen. (...) Er zijn problemen die opgelost moeten worden, ja, ladingen, maar betrek daar niet hele samenlevingen in door ze met een niet aflatende logica van wederzijdse rivaliteit te veranderen in gewelddadige instellingen. Dit hadden we jullie vijf jaar geleden ook kunnen vertellen. Zo'n topontmoeting zou toen net zo hartelijk zijn ontvangen door mensen uit India en Pakistan. Het vond nu deels gedwongen plaats en niet vanuit een meer evenwichtige benadering van de onderlinge verhoudingen." Een minstens zo opmerkelijke ontmoeting ging vrijwel volledig aan de rest van de wereld voorbij. Tijdens de Hague Appeal for Peace kwamen, misschien wel voor het eerst in zulke getale, tientallen vertegenwoordigers van de verschillende Kashmiri bewegingen, van gevluchte hindoes tot separatistische moslims, bij elkaar. Hoewel de gemoederen tijdens de bijeenkomst onder leiding van de Timorese Nobelprijswinnaar Ramos Horta af en toe vrij verhit raakten, riepen allen op tot een open dialoog onder Kashmiri's en de terugkeer naar een maatschappij waar Kashmiri's, hindoe en moslim, vreedzaam naast elkaar leven. Bidwai: "Langs deze weg kan er werkelijk vooruitgang worden geboekt, niet door militaire confrontaties met het weerzinwekkende potentieel van een escalatie op nucleair niveau."
Toch blijft Bidwai geloven dat ondanks de tests van vorig jaar de weg naar een vreedzame oplossing nog niet is afgesloten. Met steun van de internationale vredesbeweging moet het mogelijk zijn een breder gehoor te krijgen voor de niet-militaire optie.
Karamat Ali, die regelmatig in Nederland verblijft, had ook nog een boodschap voor de Nederlandse vredesbeweging. "Het is zo triest te zien dat Holland niet meer aan hollanditis lijdt. Die ziekte had moeten blijven. Ik heb zelf deelgenomen aan de antinucleaire demonstratie in Den Haag in 1984; dat was iets ongelovelijks. Vandaag de dag zullen er misschien nog twintig mensen op af komen, terwijl sommige van de leiders van die beweging nu volslagen havikken zijn. Het is daarom belangrijk hier een sterke vredesbeweging te ontwikkelen."

Frank Slijper

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home