Op andere sites online gevonden

 

 

Vader Pakistaanse atoombom ontslagen


ACHTERGROND - Dr.ir. Abdul Qadeer Khan, het brein achter het Pakistaanse militaire atoomprogramma, is onlangs terzijde geschoven. De ondergang van een volksheld.

Door onze redacteur KAREL KNIP
ROTTERDAM, 14 JULI. Abdul Qadeer Khan is zijn baan kwijt. De vader van de Pakistaanse atoombom blijkt dit voorjaar zonder enige omhaal van zijn functie ontheven. Tegelijk met hem is ook Ishfaq Ahmad, leider van de Pakistaanse atoomenergie-commisie, uit zijn ambt gezet. Waarnemers menen dat Pakistan is bezweken voor Amerikaanse druk om notoire haviken uit het atoomprogramma te zetten. Dat meldt The Bulletin of the Atomic Scientists in het zojuist verschenen juli/augustus nummer.
Dr.ir. Abdul Qadeer Khan is in Nederland een goede bekende. Hij studeerde tussen 1963 en 1967 metaalkunde op de Technische Hogeschool Delft en kwam, na zijn promotie in Leuven, tussen 1972 en eind 1975 te werken op het Fysisch Dynamisch Onderzoekslaboratorium (FDO) in Amsterdam. FDO was een dochteronderneming van VMF (Verenigde Machine Fabrieken) en trad op als onderaannemer voor de uraniumverrijkingsfabriek Urenco in Almelo. Achteraf is gebleken dat Khan in 1974 en 1975 beslag wist te leggen op veel geheime informatie over de ultracentrifuge-techniek. In december 1975 vertrok hij halsoverkop naar Pakistan. Daar richtte hij al in juli 1976 bij Kahuta een laboratorium op dat zou uitgroeien tot de vermaarde Khan Research Laboratories (KRL). In februari 1984 schokte Khan de wereld met zijn uitspraak dat Pakistan de ultracentrifuge-techiek beheerste en een atoombom zou kunnen maken.
Naar nu blijkt is Khan al op 11 maart ontslag aangezegd. Kennelijk is hij onverwacht en tegen zijn zin uit zijn functie gezet. Dat zou blijken uit het feit dat hij aanvankelijk weigerde in te gaan op het aanbod `speciaal adviseur' te worden van generaal Pervez Musharraf, de huidige politieke leider van Pakistan. Vanuit rechts-religieuze hoek is geprotesteerd tegen Khan's vernederende ontslag. Maar overigens maakte dat opvallend weinig publieke reacties los, hoewel de flamboyante, welbespraakte en militante `Qadeer' immens populair is in Pakistan. Een dag voor zijn ontslag had hij nog gezegd dat Pakistan op elk geschikt moment nieuwe proeven met atoombommen of raketlanceringen zou kunnen nemen. In september verklaarde hij dat Pakistan in staat is elke belangrijke Indiase stad binnen vijf minuten te vernietigen.
Het ontslag van Khan, en dat van Ahmad, heeft volgens sommigen plaats gevonden onder Amerikaanse druk. De afgelopen maanden zouden diverse Amerikaanse diplomatieke delegaties een bezoek hebben gebracht aan Islamabad. De indruk is dat de VS ernaar streven ook Pakistan het alomvattende verdrag tegen atoomproeven (de CTBT) te laten tekenen. Overigens zou de nieuwe regering Bush inmiddels zelf van ratificatie af willen zien.

 


Anderzijds wordt niet uitgesloten geacht dat de ontslagen simpelweg een einde moeten maken aan de ongewoon felle competitie tussen de KRL en de al oudere PAEC, de Pakistan Atomic Energy Commission. Vooral sinds de geslaagde Pakistaanse ondergrondse kernexplosies in mei 1998 leken de leiders van KRL en PAEC elkaar het licht in de ogen niet te gunnen. Khan claimde met zoveel woorden de atoombom op eigen kracht te hebben ontwikkeld. Later is gepreciseerd dat KRL alleen de uraniumverrijking deed en PAEC de eigenlijke bommen maakte. Beide organisaties ontwikkelen grotendeels onafhankelijk van elkaar ballistische raketten die een atoomwapen kunnen vervoeren.
Het begin van het Pakistaanse militaire atoomprogramma wordt gewoonlijk geplaatst in de zogenoemde tent-conferentie van president Bhutto bij Multan in januari 1972 (direct na het verlies van Oost-Pakistan). Het kwam in een stroomversnelling toen India in mei 1974 een ondergrondse atoomproef nam. Op dat moment werkte Khan al in Amsterdam bij het FDO waar hij op uitnodiging was gekomen. Het staat dus vast dat hij er niet in dienst trad met het vooropgezette doel te spioneren. Wel heeft hij er, spontaan of onder Pakistaanse aansporing, van zijn positie een goed gebruik gemaakt. Khan kreeg van lieverlee de taak de Duitse documentatie van geavanceerde ultracentrifuges in het Nederlands te vertalen. Hij beheerste zowel het Duits als Nederlands uitstekend, dat laatste mede dankzij het feit dat hij met een Zuidafrikaanse vrouw was getrouwd.
In het najaar van 1975 ontstond het gevoel dat Khan spioneerde. Khan werd overgeplaatst, kreeg argwaan en nam in december de wijk. Vanuit Pakistan heeft hij oud-collega's nog lang om extra informatie over de centrifuges gevraagd. Zonder noemenswaardige pogingen hun bedoelingen geheim te houden, bestelden Kahn en zijn landgenoten in de jaren daarna in het Westen alle onderdelen en materialen die voor de bouw van ultracentrifuges nodig zijn. (Nederland had verzuimd de bondgenoten op de hoogte te stellen van Khan's spionage.) Pas in 1978 kwam het Pakistaans gewinkel ten einde.
Het Pakistaanse atoomprogramma had ook de bredere opzet na `de christenen, de communisten, de hindoes en de joden' ook moslims een kernwapen te geven. Het is op cruciale momenten gesteund vanuit Niger, Libië en Saoedie-Arabië. Khan zou inmiddels al door diverse islamitische staten zijn uitgenodigd, aldus het Pakistaanse dagblad Dawn op 13 maart. Aangenomen wordt dat van de islamitische staten Iran en Irak het verst gevorderd zijn in de ontwikkeling van een atoombom.

 

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home