Op andere sites online gevonden

 

Atoomspion Kahn
kocht goederen
in Nederland

RIJSWIJK – De Economische Controle Dienst (ECD) heeft de afgelopen jaren vijf zendingen met goederen tegengehouden die waren bestemd voor het atoomprogramma in Pakistan. De spullen waren afkomstig van twee bedrijven in Noord-Holland. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie van economische zaken bevestigd.

De kwestie is openbaar gemaakt in het blad Vrij Nederland van deze week. Het gaat om de bedrijven Slebos Research en Bodmerhof, twee handelsfirma's in Sint Pancras.

Het atoomprogramma in Pakistan staat onder leiding van A. Q. Kahn. Een Nederlandse rechtbank veroordeelde hem in 1983 bij verstek tot vier jaar cel wegens atoomspionage bij Urenco in Almelo. Het hof sprak Kahn in hoger beroep vrij omdat er een fout in de dagvaarding stond. Uit de affaire die nu aan het licht is gekomen, blijkt dat hij de afgelopen jaren door is blijven gaan met het betrekken van spullen in Nederland.

Een van de bedrijven in Noord-Holland is eigendom van ir. H. Slebos, een bekende van Kahn. De metaalkundige is in 1985 veroordeeld tot een jaar cel voor export van strategische goederen naar Pakistan.

Volgens de zegsman van Economische Zaken doet de ECD een „toezichthoudend onderzoek” bij de bedrijven. De dienst hield de zendingen tegen omdat de spullen „zullen of kunnen” worden gebruikt voor het maken van bijvoorbeeld atoomwapens.

DE GROENE AMSTERDAMMER

|

8 juni 2002



Bedreiging van een beschaving

Een atoombom die ergens op het Zuid-Aziatische subcontinent zou worden geworpen, zou honderd keer de kracht van die op Hiroshima en Nagasaki hebben. Daarmee bedreigt ze de hele regio. Het evenwicht tussen mens en natuur staat op het spel.
— door Aart Brouwer

«Mijn man is bezig een boek over bomen te schrijven. Hij beschrijft ergens hoe vijgen worden bestoven, elke vijg door zijn eigen, gespecialiseerde vijgenwesp. Er zijn bijna duizend verschillende soorten vijgenwespen. Al die vijgenwespen zullen nucleair worden verpulverd, net als mijn man en zijn boek.»

Deze elegante mini-impressie, inclusief hulpeloze anticlimax, komt uit een toespraakje dat schrijfster Arundhati Roy afgelopen zaterdag hield voor de Britse radio en dat ook werd afgedrukt in het dagblad The Observer. Elke bezoekende journalist, vertelde ze, vraagt voor zijn vertrek of zijzelf al aan een nieuw boek is begonnen. «Maar wat voor soort boek moet ik schrijven, nu het erop lijkt dat alle muziek, kunst, architectuur, literatuur en de menselijke beschaving als geheel niets betekenen voor de monsters die de wereld regeren? Voor het ogenblik is zinloosheid mijn grootste vijand. Dat is wat atoombommen met je doen, of ze nu worden gebruikt of niet. Ze verkrachten alles wat menselijk is, ze veranderen de betekenis van het leven.»
In plaats van te vluchten en alles achter te laten wat haar lief is, zoals buitenlandse bezoekers haar keer op keer aanraden, wil Roy net als veel andere Indiase en Pakistaanse intellectuelen liever trachten in het reine te komen met de nucleaire oorlogsdreiging tussen hun beide landen. En net als de meesten slaagt zij daar niet in, al neemt ze haar toevlucht tot het meest ingetogen (en voor haar doen ongebruikelijk kale) proza om het onzegbare te suggereren. Daarvoor zijn de ontsteltenis, de vervreemding en wellicht ook de angst te groot, juist bij degenen die weten wat de eerste atoombommen op Hiroshima en Nagasaki teweegbrachten, en die enigszins beseffen wat de honderdvoudige versie daarvan kan aanrichten in miljoenensteden als New Delhi en Lahore, op de ijzige hellingen van de Himalaya of in het serene merengebied van Kasjmir. Kortom, degenen die beseffen dat hun fantasie tekortschiet om de ware omvang van een atoomoorlog te bevatten.

Sinds India en Pakistan in 1998 atoom proeven hielden en zichzelf tot kernmacht uitriepen, wordt niet enkel meer alleen Kasjmir, dat door de Mongoolse keizers al het Paradijs op Aarde werd genoemd, door hun rivaliteit bedreigd. De hele regio is in gevaar, het evenwicht tussen mens en natuur staat op het spel. Net als Roy gingen andere intellectuelen met nieuwe ogen naar die natuur kijken. «Ik zag op tv een nog verschrikkelijker beeld dan de bekende paddestoelwolk van een nucleaire explosie», schreef wijlen Eqbal Ahmad, Pakistaans politicoloog en literatuurkenner, na de Pakistaanse kernproef onder de berg Chagai. «De berg was wit geworden. Ik vroeg me af hoeveel pijn de natuur, Gods mooiste schepping, wel niet moest lijden. De prachtige berg van Chagai zal op den duur tot as vergaan. Hoe zullen wij, die zo trots op onze bergen zijn, het tegen die tijd maken?»
De tegenstelling tussen de armoede en achterlijkheid van grote delen van het Indiase en Pakistaanse platteland en de «rijkdom» van de bom lijkt ook al niet te overbruggen. «Het idee dat een miljard mensen ‹recht› hebben op het bezit van atoomwapens, maar niet op afdoende voedsel, schoon drinkwater en goedbetaald werk — allemaal zaken waarover de (regerende — ab) Bharatya Janata Partij met geen woord rept — is op zijn zachtst gezegd vulgair», schreef natuurkundige en Princeton-onderzoeker M.V. Ramana vorige maand op de tweede verjaardag van de Indiase atoomproeven. «De kernwapens beroven een zesde deel van de mensheid van hun ware recht, namelijk de minieme kans op een waardig leven. En als de wapens worden ingezet, verliezen ze dat leven ook nog.»
In arren moede projecteert menigeen zijn particuliere gemoedstoestand op de politieke situatie, met als veel voorkomende kwalificaties de woorden «absurd» en «obsceen. Neem het feit dat de gebruikelijke uitwisselingen tussen beide landen sinds 1998 gewoon doorgaan, ondanks de chauvinistische retoriek van hun regeringen. Pakistani verkopen uien op de Indiase markt, India verscheept suiker naar Pakistan. Het Pakistaanse leger levert zonder gewetensbezwaren elektriciteit aan de «vijand», wetenschappers en journalisten bezoeken elkaar in een collegiale sfeer. En te midden van dat alles pendelen «vredesbussen», verbroederingsmarsen en toenaderingscomités onder leiding van beroemde filmsterren als Dilip Kumar over de grens of het niets is. «Indiase acteurs en zangers worden door het Pakistaanse publiek nog even diep vereerd als voorheen en Pakistaanse cricketers gaan in India onverminderd door voor halfgoden», schreef de Pakistaanse journalist Najum Mushtaq in 1999 in het Bulletin of the Atomic Scientists. «Het is werkelijk hoogst surreëel.»

De onmacht ontlaadt zich op het hoofd van de politici die het zo ver hebben laten komen, de chauvinistische volksmenners en propagandisten van sharia en hindutva (Hindoe-ideologie). Kortom, de bestuurlijke elites van beide landen die sinds de bloedige Indiaas-Pakistaanse deling van 1948 niets beters wisten te verzinnen dan wapens vergaren om het werk af te maken. «Amper vijftig jaar na onze onafhankelijkheid, terwijl we er nog maar nauwelijks aan toe zijn de gevolgen van onze bloedige afscheiding onder ogen te zien, wordt deze nieuwe gruwel aan beide zijden van de grens op ons losgelaten», aldus een verklaring die in de nasleep van de Indiase en Pakistaanse kernproeven werd onder tekend en verspreid door Indiase intellectuelen, onder wie schrijvers als Roy, J.P. Das en Khushwant Singh en wetenschappers als de econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen en de scheikundige Amit Sen Gupta. «We moeten de heersers van dit land duidelijk maken dat we willen dat ze stoppen met hun bewapeningsprogramma. We moeten eisen dat het discriminerende en hypocriete nucleaire regime in de wereld wordt ontmanteld.»
De atoomdreiging heeft verontruste intellectuelen echter ook nader tot elkaar gebracht, vaak in de geest en soms letterlijk, in grensoverschrijdende vredesorganisaties en in de kolommen van pacifistische tijdschriften. Na de kernproeven van 1998 verschenen talloze artikelen van schrijvers en wetenschappers aan beide zijden die zich door de ontwikkelingen in de rol van activist voelden gedrongen. Aan Indiase kant kenden de meesten elkaar niet eens tot de publicatie van de bundel Out of the Nuclear Shadow (2001) met bijdragen van onder anderen Sen en Roy, de conflictonderzoekers Raful Bidwai en Pervez Hoodbhoy en prominente journalisten. De overheersende toon in de bundel is berustend. «Geen van de schrijvers gelooft in nucleaire afschrikking, maar omgekeerd gelooft ook geen van hen dat kernwapens met een simpel gebaar uit de wereld kunnen worden geholpen. In deze bundel geen zelfverklaarde, schuimbekkende agitatoren. Niemand is laag-bij-de-gronds of doet zich onschuldig voor», schreef een recensent.
De meest gelouterde bijdrage is van de hand van Amartya Sen, getiteld India and the Bomb. Sen put uit zijn eigen werk over spel- en risicotheorie en komt tot de conclusie dat nucleaire afschrikking in theorie noch praktijk de kans op oorlog verkleint, maar wel de potentiële kosten van een oorlog (in menselijke en economische termen) enorm vergroot. En zelfs als sommige Indiase voorstanders gelijk hebben en het kernwapen zijn vaderland op termijn voordeel brengt, wil Sen zich toch niet bij hen aansluiten. «Ik ben dan wel een Indiër, maar ik kan niet met goed recht overwegen welke voordelen India uit de situatie kan halen zonder te denken aan de belangen van anderen die daardoor in het gedrang komen.» Anderzijds acht hij het onmogelijk de nucleaire patstelling met Pakistan op te heffen en de kernwapens weer af te schaffen zonder radicale veranderingen in de huidige wereldorde, die is gebaseerd op het bezit van kernwapens door een handvol grootmachten.

 

Zoveel afstandelijkheid is niet iedereen gegeven. De hypocrisie van regeringen aan beide zijden van de grens verleidde Salman Rushdie al in 1999 tot een woedeuitval op de opiniepagina van The New York Times. «Ik heb bijzondere belangstelling voor de kwestie-Kasjmir omdat ik zelf voor meer dan de helft een Kasjmiri ben, omdat ik mijn hele leven van die plek heb gehouden en omdat ik het grootste deel van dat leven heb moeten aanhoren hoe opeenvolgende Indiase en Pakistaanse regeringen, de ene nog corrupter dan de andere, zich hulden in de zelfgenoegzame huichelarij van de macht terwijl gewone Kajsmiri's de gevolgen van hun grootspraak moesten dragen.»
Anderen verwijten vooral het wetenschappelijke establishment dat het zich heeft geleend voor het kernwapenprogramma. «Groucho Marx speelde ooit een wetenschapper die riep: ‹Ik ga een grote bijdrage aan de wetenschap leveren, ik ga met pen sioen!› Wanneer leveren de oude mannen van de Indiase wetenschap, de Menons, de Swaminathans en de Ramanas, eindelijk hun bijdrage door zich terug te trekken?» schrijft de Indiase politicoloog Shiv Viswanathan naar aanleiding van de kernproeven. «Ze hebben genoeg schade berokkend aan de gedachte van vrede, duurzame ontwikkeling en overdracht van technologie. Die hele generatie wetenschappers begint te kwijlen zodra de regering aan de bel trekt.»
In één opzicht vinden Indiase wetenschappers en kunstenaars elkaar allemaal: ze beschouwen de bom als een zondeval, een smet op de eeuwenoude cultuur waardoor zij — ondanks de wijdverbreide armoede — trots konden zijn op hun land en, zoals Roy in het bijzonder, zich verheven konden achten boven het perfide Westen. «Toen Mahatma Gandhi ooit werd gevraagd wat hij dacht van de westerse beschaving, antwoordde hij: ‹Dat lijkt me een goed idee›», schrijft Viswanathan. «Als hij dezer dagen zou terugkeren op aarde en we zouden hem vragen wat hij denkt van de Indiase beschaving, zou hij hetzelfde antwoorden

Kernenergie Rel in regering Er was een kleine rel in de regering. Ze begon door de groene minister Olivier Deleuze van Ecolo. Hij verbood om onderdelen voor een kerncentrale te verkopen aan Pakistan. Een Waals bedrijf maakte de onderdelen. Het verbod was niet naar de zin van de Waalse liberalen. Zij zitten ook in de regering. "Zo gaan er honderden jobs in Wallonië verloren", zegden ze. Ruzie Twee partijen van de regering maakten dus ruzie. Ze hielden allebei koppig vol. "Pakistan maakt misschien een atoombom met de onderdelen", zei Deleuze. "Dat kan niet", zei de PRL. "De onderdelen maken de kerncentrale alleen maar veiliger." Oplossing De regering moest een oplossing zoeken. Dat was niet gemakkelijk. Toch kwam het in orde. Het Waalse bedrijf mag toch verkopen. Maar er zijn voorwaarden. Pakistan moet controle toelaten in alle kerncentrales. Zo is men zeker dat Pakistan geen atoombom maakt. Beslissen Voor Deleuze was er nog een gevolg. Hij mag niet meer beslissen over de verkoop van onderdelen voor kerncentrales. Dat gebeurt nu door andere ministers. Deleuze vindt dat niet erg. "Er zijn nu strengere regels. Dat is veel belangrijker."

Centerboek
ISBN 90-5087-027-9

meer artikelen

back home